Bij wettelijke schuldsanering moeten uw schuldeisers meewerken.

Tijdens de periode van de sanering zult u een behoorlijke tijd een laag inkomen hebben. Hierdoor kunnen relaties worden gelegd tussen artikelen op elke blieb. Rechtbank beoordeelt de aanvraagDe rechtbank bekijkt of een minnelijk akkoord echt niet mogelijk is en hoe uw schulden zijn ontstaan. De rechtbank benoemt in alle gevallen een bewindvoerder. Het probleem moet onder controle zijn, zodat er tijdens de surseance geen nieuwe schulden ontstaan. Daar staat tegenover dat na afloop van de regeling een nieuwe start mogelijk is. De wet biedt de mogelijkheid uw onderneming voort te zetten tijdens de saneringsperiode, al is het niet echt de bedoeling. Na de inwerkingtreding van de Verordening zal een buitenlandse schuldsanering hier in beginsel dezelfde gevolgen hebben als in het land waar de schuldsanering is uitgesproken. Zakgeld is vaak niet genoeg om alles te kopen wat je wilt hebben.
Verklaringen afleggen over meewerkenDe schuldenaar moet straks schriftelijk aangeven waarom hij zijn schulden niet meer kan betalen en dat hij zich aan de verplichtingen van de regeling zal houden. Als een schuld niet wordt afgelost, wordt deze alleen maar groter. Daarom maakt Stichting Schulden Vrij Leven zich sterk voor het minnelijk traject. Dat zullen de rechtbank en bewindvoerder zeker van u verwachten.
De surseance van betaling, gericht op sanering van de onderneming, kan alleen door de ondernemer worden aangevraagd. Bovendien vinden ze dat er via de wet meer controle wordt uitgeoefend op de naleving van de afbetaling. Gedurende de looptijd van de sanering kunnen er geen beslagen worden gelegd, en wordt de rente over de vorderingen stilgezet. De aanvrager is de afgelopen 10 jaar niet failliet geweest. Er moet sprake zijn van een tijdelijk, oplosbaar probleem, anders is er feitelijk geen uitzicht op een haalbare sanering.
Afschaffen hypotheekrente aftrek

De
hypotheekrente aftrek en de spaarloonregeling moeten worden afgeschaft, omdat het vooral rijkere Nederlanders zijn die van deze regelingen profiteren.
Het Centraal Planbureau (CPB) schrijft dat in een discussiestuk over de toekomst van de verzorgingsstaat.
De rekenmeesters van het kabinet stellen vast dat 'het
eigenwoningregime en de spaarloonregeling vooral ten goede komen
aan draagkrachtige huishoudens'.