De Variabele Rente is verkrijgbaar in verschillende rentevormen.

De rentetarieven van de financiële markten vormen de basis voor de hypotheekrente. Uw adviseur kan u op weg helpen bij de maken van deze beslissing. Loop eens door de volgende informatie over de hypotheekrente. Bij een startrente loopt u natuurlijk het risico, dat de rente omhoog gaat en u niet meer kunt vastzetten tegen het tarief dat u bij aanvang voor die rentevastperiode had kunnen krijgen. Deze rentes worden aan de geldmarkt gekoppeld, de inkoopprijs voor de bank is daarmee vergelijkbaar met die voor de variabele rente.
De Variabele Rente is verkrijgbaar in verschillende rentevormen. Een startrente kan normaalgesproken alleen bij het aangaan van een nieuwe hypotheek gekozen worden. De gemiddelde variabele rente is weergegeven met een liggend streepje.
Verschillende banken bieden rentevormen aan, die een soort mengeling zijn van een variabele en een vaste rente. De hoogte van de rentestand is afhankelijk van de rente op de financiële markt. Over het algemeen kan gesteld worden dat vaste rentes duurder zijn dan variabele rentes. Iemand die geld uitleent en als zekerheid daarvoor het recht van hypotheek op bijvoorbeeld onroerend goed krijgt. Na afloop van deze periode kunt u meestal opnieuw kiezen voor welke periode u de rente vast zet en soms kunt u dan ook weer een variabele rente kiezen. Bij de 12-maands bent u verzekerd van een jaar lang dezelfde rentelasten. Alleen de hypotheekrente van deze woning mag in het nieuwe belastingstelsel afgetrokken worden. Zoals de naam al zegt, kan een variabele rente op ieder ogenblik door de bank gewijzigd worden. Het 10-jaarstarief dat dan zal gelden, wordt bij het aangaan van de financiering reeds afgesproken.
Afschaffen hypotheekrente aftrek

De
hypotheekrente aftrek en de spaarloonregeling moeten worden afgeschaft, omdat het vooral rijkere Nederlanders zijn die van deze regelingen profiteren.
Het Centraal Planbureau (CPB) schrijft dat in een discussiestuk over de toekomst van de verzorgingsstaat.
De rekenmeesters van het kabinet stellen vast dat 'het
eigenwoningregime en de spaarloonregeling vooral ten goede komen
aan draagkrachtige huishoudens'.