De geschiedenis van het geld

Heel vroeger deden de mensen aan ruilhandel, bijvoorbeeld: een pot voor
twee kippen. Als je aan ruilhandel doet, kun je niet sparen. Maar in
feite is geld dus niets meer dan een breed geaccepteerd ruilmiddel.
Er waren goederen die iedereen wilde hebben en die niet gauw bedierven,
bijvoorbeeld: vee, gedroogde vis en schelpen. Hier betaalde men mee. Zo
ontstond het goederengeld.
In de middeleeuwen werden munten stuk voor stuk geknipt, waarna er een
stempel in werd geslagen. In die tijd werden munten op veel plaatsen
gemaakt. Maar ze waren niet allemaal van dezelfde kwaliteit. De
geldwisselaars keken of de munten wel echt waren. Ze lieten ze klinken
en wogen ze op weegschaaltjes. De goede munten werden klinkende munten
genoemd (vandaar de uitdrukking: met klinkende munt betalen). De
geldwisselaars waren de eerste bankiers.
Het woord geld komt van het Germaanse woord ghelt dat vergelding
betekent, als men iets stal dan moesten ze vergelden deed men dat niet
dan kreeg men de doodstraf, tegenwoordig moeten mensen vergelden als ze
iets willen betalen.
Munten werden gemaakt van goud, zilver of koper. Een klein stukje goud
is al heel veel waard. Maar er was niet genoeg goud. Verder hebben
gouden en zilveren munten een paar nadelen:
ze zijn zwaar;
sommige mensen waren niet eerlijk, die knipten stukjes goud van de
munten af, en dan waren de munten minder waard dan er op stond, daarom
werden er later ribbeltjes op de rand van de munt gemaakt zodat ze niet
konden afknabbelen, op sommige munten stond er een tekst op, tegenwoordig
worden zulke munten nog steeds gemaakt. Op valsmunterij stond vroeger de
doodstraf;
soms overvielen rovers een koopman. Daarom kon de koopman beter zijn
geld bij een bank brengen. In ruil daarvoor gaf de bankier een
ondertekend papier, dit heet een wissel. Met de wissel kon de koopman
iets kopen. Hij betaalde met de wissel. De verkoper kon bij de bankier
weer munten krijgen voor de wissel. De wissel is de voorloper van het
bankbiljet.
Tegenwoordig worden munten gemaakt van goedkoper metaal: mengsels van
bijvoorbeeld nikkel en koper.
Bankbiljetten moeten niet of althans erg moeilijk na te maken zijn.
Daarom wordt er speciaal papier voor gebruikt. Als je het biljet tegen
het licht houdt zie je een figuur: het watermerk. Het heeft
verschillende kleuren. Hoe het gemaakt wordt, blijft geheim. Als het
bankbiljet vies of gescheurd is, of als erop geschreven is kun je deze
bij de bank inwisselen tegen een nieuwe, het oude wordt vernietigd.
Elk land heeft zijn eigen serie bankbiljetten. Die kunnen worden
ingewisseld tegen geld van een ander land. Per dag stellen de banken de
wisselkoers vast. Dat is de waarde van het geld ten opzichte van het
geld van een ander land. Er wordt dan bijvoorbeeld gekeken hoeveel de
Amerikaanse dollar op die dag waard is in vergelijking tot de euro.
Soorten geld
Naast bankbiljetten en munten (ook wel chartaal geld genoemd), bestaat
er elektronisch geld, ook wel giraal geld genoemd. Zoals een kaart met
een chip die met een bepaalde waarde opgeladen kan worden. Met een
dergelijke kaart kan men een betaling uitvoeren zonder dat het
betaaltoestel verbonden moet zijn met een computernetwerk. In België is
er een dergelijke kaart met de naam "proton" in gebruik. In Nederland
onder de namen chipknip (van de gewone banken) en chipper (van de
Postbank).
Ander giraal geld is het niet-tastbare geld zoals op kasbonnen,
obligaties, spaarrekeningen en zichtrekening.
Kinderen en personen die niet zo goed met geld kunnen omgaan krijgen
zakgeld.
De rol van geld
Economen zijn het er tegenwoordig over eens dat geld een belangrijke rol
speelt in het economisch systeem. De geldhoeveelheid beïnvloedt de
conjunctuur. Zou er bijvoorbeeld te veel geld zijn dan zouden
consumenten meer gaan besteden dan er geproduceerd kan worden. De
prijzen stijgen, er treedt inflatie op, en de economie raakt overhit.
Het tegenovergestelde is ook mogelijk, als er bijvoorbeeld te weinig
geld is, kunnen consumenten te weinig kopen en zal de werkloosheid
toenemen: de economie verslechtert en er ontstaat een recessie. Het
beleid van de centrale bank om dit tegen te gaan wordt geldpolitiek of
monetair beleid genoemd: als de inflatie te veel toeneemt, verhoogt de
centrale bank de rentetarieven, zodat de economie 'afkoelt'; als de
economie te veel afkoelt, verlaagt de centrale bank de rentetarieven als
stimulans.