Wat de hypotheekrente op de lange termijn doet is moeilijk te voorspellen.

Deze rentes hebben als gemeenschappelijk kenmerk dat gedurende een bepaalde periode, varierend van 5 jaar tot de gehele looptijd, de rente slechts stijgt of daalt als de rente verder dan een bepaalde bandbreedte daalt of stijgt. Na afloop van deze periode kunt u meestal opnieuw kiezen voor welke periode u de rente vast zet en soms kunt u dan ook weer een variabele rente kiezen. Bij een vaste rente blijft de rente voor de afgesproken periode ongewijzigd. Het 10-jaarstarief dat dan zal gelden, wordt bij het aangaan van de financiering reeds afgesproken. Een startrente is interessant als de rente laag is, maar volgens de verwachtingen nog verder zal dalen. Verschillende banken bieden rentevormen aan, die een soort mengeling zijn van een variabele en een vaste rente. De hypotheek met een variabele rente is over een grote periode gemiddeld altijd het goedkoopste.
Uit de grafieken kunt u afleiden, dat de geldmarkt begin jaren '90 bijvoorbeeld nog 7 procent hoger was ! Kiest u voor een dergelijke rente, dan moet u dus wel de nodige ruimte in uw budget hebben. Het belangrijkste voordeel van een vaste rente is dat u een stuk zekerheid koopt. Deze rentes worden aan de geldmarkt gekoppeld, de inkoopprijs voor de bank is daarmee vergelijkbaar met die voor de variabele rente. Bij een startrente loopt u natuurlijk het risico, dat de rente omhoog gaat en u niet meer kunt vastzetten tegen het tarief dat u bij aanvang voor die rentevastperiode had kunnen krijgen. Over het algemeen kan gesteld worden dat vaste rentes duurder zijn dan variabele rentes. Ze worden onder een scala aan verschillende namen in de markt gezet, zoals flexrente, margerente, balansrente, comfortrente, rentestabiel etc.
Wij hebben aanstellingen bij alle grote geldverstrekkers in Nederland. Dit lijkt nu het geval te zijn zie de rentegrafieken. Dagcijfers voor rentes en wisselkoersen beginnen in 1990.
Afschaffen hypotheekrente aftrek

De
hypotheekrente aftrek en de spaarloonregeling moeten worden afgeschaft, omdat het vooral rijkere Nederlanders zijn die van deze regelingen profiteren.
Het Centraal Planbureau (CPB) schrijft dat in een discussiestuk over de toekomst van de verzorgingsstaat.
De rekenmeesters van het kabinet stellen vast dat 'het
eigenwoningregime en de spaarloonregeling vooral ten goede komen
aan draagkrachtige huishoudens'.